Louvre Lens - een jaar later

Het mijnbekken omarmt het museum

Een afdeling van het Parijse Louvre in het Noord-Franse mijnstadje Lens. Wat zou dat geven? Een jaar geleden konden we de opening van het prachtige museum aankondigen, het resultaat van jaren lobbywerk en een intense bouwperiode. Het succes is behaald, zo klinkt het in het museum bijna een jaar na de opening. Fransen, Belgen en andere bezoekers hebben het museum wel degelijk gevonden, en ze hebben daarbij ook een streek ontdekt die beklijft. Louvre Lens, bijna een jaar later.

Louvre Lens

Boost voor Lens

Het verhaal van het Louvre Lens is intussen voldoende bekend. (Zie ook de reportage UiT in de Metropool - Louvre Lens) De Franse staat wil in het kader van de decentralisatie van een aantal nationale culturele instellingen werk maken van satellieten. In Metz werd bijvoorbeeld een afdeling van het Parijse Centre Pompidou, museum voor hedendaagse kunst, opgericht. Voor een satelliet van het Louvre keek de Franse staat richting Noord-Frankrijk. Het kleine mijnstadje Lens kreeg de eer. De politieke wereld uit Le Nord was er van overtuigd dat de streek daarmee een boost zou krijgen. Het duurde acht jaar om de droom te realiseren.

De Japanse architecten van Sanaa bouwden een gebouw van staal en glas, pal op de plek van de mijnschacht 9 en 9 bis. De Franse landschapsarchitecte Catherine Mosback zorgde er voor dat ook de omgeving van het museum die moderniteit, transparantie en helderheid kreeg. Oud en nieuw worden prachtig verzoend. Van de daken van de mijnwerkershuisjes die in cités rond de site liggen glijdt de horizon van de betonnen buitenstructuren en groene zones naar de glazen balk van het museum. Duizenden vierkante meter, voor een deel gewijd aan depotruimte, tijdelijke tentoonstellingen en een vaste collectie: de “Galerie du Temps”.

“Verbazing en fierheid”

Op een glooiende rechthoek van 120 meter lang krijgen bezoekers aan de hand van topstukken uit het Louvre een zicht op de kunstgeschiedenis, van de oudheid tot de negentiende eeuw. Pronkstuk en finale van deze “Galerie du temps” is “La liberté guidant le peuple” van Delacroix. Vrij vroeg na de opening moest het museum even de deuren sluiten omdat een onverlaat het werk had proberen te beschadigen, maar dat is dan ook het enige incident in de succesvolle beginmaanden van het museum. Dit bevestigt Bruno Cappelle van het Louvre Lens.

Bruno Cappelle: “De bezoekers kwamen massaal van bij de opening. Officieel ging het museum op 12 december 2012 open, maar bij de vooropening op 4 december telden we al 5.000 bezoekers op amper vijf uur tijd. In het eerstvolgende weekend telden we al 36.000 bezoekers. En die eerste weken hadden we te kampen met wachtrijen om het museum binnen te raken. De bewoners van Lens en de regio waren bijzonder benieuwd om het museum voor het eerst te ontdekken. De eerste reacties waren er van verbazing en ook wel van fierheid. Het was voor hen en voor ons een bijzonder vrolijke tijd. Het museum werd sterk gemediatiseerd in eigen land en in het buitenland, zoals bij jullie.”

Hebben de Belgen het museum gemakkelijk gevonden?

Bruno Cappelle: “In het begin van de zomer hadden we al de kaap van 600.000 bezoekers overschreden, waarvan ongeveer 20 procent Belgen. Bij de bezoekers aan onze tijdelijke tentoonstelling met werk van Rubens steeg dit zelfs tot 30 procent. Uit de reacties van de bezoekers bleek dat zij de lichtheid van het museum sterk kunnen waarderen, net als de vlotte circulatie en vooral de kwaliteit van de tentoonstellingen. Dat de “Galerie du temps” gratis te bezoeken is, vindt men ook een pluspunt.
We merken dat de Belgen van hun bezoek gebruik maken om de stad Lens te bezoeken. Dat er zich een gastronomisch restaurant in het museumpark bevindt is alvast een troef. De Nederlandstalige bezoekers waarderen het ook dat alle informatie in de zalen vertaald is en dat we een gratis audiogids aanbieden.”

Het opzet van het museum was ook dat mensen Lens en de regio meer zouden leren waarderen. Is het Louvre Lens al in dat opzet geslaagd?

Bruno Cappelle: “Velen denken dat het museum een locomotief is die de economische en sociale verandering van de stad in gang kan trekken. Dat is wel degelijk zo, maar zoiets heeft tijd nodig. De bewoners van Lens zijn de jongste tijd fier geworden op hun stad en dat is nieuw en heel belangrijk. Een deel van de bezoekers van het museum bezoekt ook de stad, en neemt ook de moeite om eens rond te toeren in de regio. Zij zijn in het bijzonder op zoek naar de geschiedenis van de mijnen. Weet trouwens dat het mijnbekken door de Unesco is geklasseerd als erfgoed. Maar ook de twee wereldoorlogen en de art deco architectuur maken deze streek interessant voor bezoekers. De handelaars hebben hun activiteit zien verhogen, in het bijzonder de horeca. Sommigen hebben de voorbije tijd opnieuw kunnen aanwerven en elke maand starten er nieuwe zaken. Binnenkort opent hier een cabaret de deuren en twee hotels staan in de steigers.”

Art deco treinstation

We nemen zelf de proef op de som. Na het bezoek aan het museum brengen we een bezoek aan de regio met haar mijnverleden. We starten aan het markante treinstation, gebouwd op de ruïnes van de mijnstad die door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog grondig werd verwoest. Urbain Cassan bouwde in 1926 een station in art deco stijl in de vorm van een oude stoomlocomotief. De toren met het uurwerk is de schoorsteen, de afgeronde puien zijn de wielen van het treintuig. Auguste Labouret bracht tegels aan in een kubistische stijl, met taferelen die verwijzen naar de mijnen.

Het centrum van het stadje Lens ben je vrij snel doorgewandeld. Naast een aantal typische winkelstraten kom je vrij snel in compacte woonwijken waar de negentiende en vroeg twintigste eeuw nooit veraf zijn. Passeer zeker ook eens langs de Grands Bureaux des Mines de Lens, een massief gebouw van waaruit de mijnen werden bestierd. Stijlvol gerenoveerd en intussen de stek voor enkele vormingsinstellingen.

Groen netwerk voor de mijnstreek

Een gratis pendelbusje brengt je van het station tot pal aan de ingang van het museum. Wij verkiezen de korte wandeltocht van een kwartiertje langs een oude spoorbedding. Een kort traject, maar eentje dat kadert in een brede visie om een groen netwerk te ontwikkelen voor de mijnstreek. Landschapsarchitect Michel Desvigne ontwikkelde samen met Christian de Portzamparc de basisidee voor een groen netwerk voor de regio Lens, een aaneenschakeling van groen en landschappen door het maken van slimme verbindingen en ingrepen. De verbinding tussen het station en het museum is een slingerend pad langs de achterkant van de cité-huizen. Het pad ligt op de oude spoorweg die het transport naar mijnschacht 9 verzekerde.

Via deze spoorwegbedding komen we in het immense park Louvre-Lens. Een park van 25 hectare dat geschiedenis, landschap, ecologie en recreatie met elkaar verbindt en dat zich uitstrekt naar Loos-en-Gohelle, met verderop mijnsite 11/19. Het park is publiek toegankelijk, maar houdt rekening met de openingstijden van het museum. Helemaal volgens de filosofie van het groene netwerk dat Michel Desvigne beoogt: “Ik wil verbindingen creëren die leiden tot een nieuw begrip van dit gebied. Dankzij groene verbindingen, linken in het landschap, kunnen wijken zich ontwikkelen. De overgang van het ene naar het andere gebied moet zo natuurlijk mogelijk verlopen. Lege ruimtes zijn prachtige stedelijke ruimtes.”

De cités in en rond Lens moeten zo verse lucht krijgen, maar ook het verbinden van de mijnsites en hun terrils hoort tot de ambitie van het groene netwerk. Wie het traject naar het museum te voet aflegt en rondstruint in het museumpark, voelt wat de architecten beogen. Maar het werk is nog niet af, getuige de moeizame tocht die we wat later afleggen naar de site 11/19 in Loos-en-Gohelle, een boogscheut verder. De toeristische ontsluiting kan nog wat sterker, maar onze zoektocht was dan wel weer de aanleiding om de cités grondig te bekijken, een wirwar van identiek ogende straten met de typische bakstenen huisjes.

Mijnschacht 11/19

Van aan het Louvre Lens kan je de twee hoge terrils zien van Loos-en-Gohelle. Van op die twee immense bergen kan je tientallen kilometer ver rondkijken. Onderaan de terrils ligt de oude industriële site van 11/19, genaamd naar de mijnschachten. De Société des Mines de Lens was hier van 1894 tot 1986 actief. De site is met de mijnen van Wallers, Lewarde en Oignies één van de vier hoofdsites van de Noord-Franse steenkoolindustrie.

Door de late sluiting en het intussen gegroeide besef dat het mijnerfgoed bewaard moest worden is deze site vrij intact gebleven. Andere sites die al in de jaren zeventig sloten werden vrij snel vernietigd.
De regio wil deze plek de komende jaren intens ontwikkelen. In 1992 werden de installaties rond mijnschacht 11/19 beschermd. Een eco-bedrijvencentrum is er recent gevestigd, net als een cultuuratelier. Maar de ontwikkeling staat nog in zijn kinderschoenen. Verwacht geen aangeklede site bij je bezoek. We wandelen tussen de leegstaande gebouw, blikken binnen waar al delen publiek ontsloten zijn. Een passerelle over een drukke verbindingsweg brengt ons naar de terrils. Onderaan de berg start een wandelpad dat je naar de top brengt. Een bergwandeling die zorgt voor transpiratie, maar het zicht maakt veel goed. Le bassin minier, hier valt nog een pak meer te bekijken.

Voor informatie over het Louvre Lens en haar collecties: zie artikel UiT in de Metropool - Louvre Lens

Tekst en foto's: Bart Noels 

Meer UiT in de metropool

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | privacyverklaring zuidwest | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid