De kanarie in de koolmijn: een theatervoorstelling over burn-out

Te veel mensen vallen vandaag uit met een burn-out. Enkele van hen schreven, vanuit hun persoonlijke ervaringen, samen met theatermaker Lucas Vandenbussche, maandenlang aan een bijzondere theatervoorstelling: ‘De kanarie in de koolmijn’. Geen klassiek theater, wel een interactieve voorstelling, gespeeld door ‘gewone’ mensen met een burn-outervaring. 

'De kanarie in de koolmijn' wil de maatschappelijke oorzaken van burn-out onderzoeken en aanpakken. Dat doen de spelers samen met het publiek, dat zo mee oplossingen aanreikt in de strijd tegen burn-out.

‘De kanarie in de koolmijn’ kan je vanaf 7 november beleven. Een twaalftal spelers brengt er de voorstelling op de planken, en repeteert momenteel in aanloop naar de première in Staden. De teksten die ze zich eigen maken, komen voort uit de burn-out-ervaringen van een 20-tal mensen. Deze zogenaamde ‘scriptgroep’ kwam wekelijks bij elkaar en schreef, schrapte en schaafde bij onder begeleiding van Lucas Vandenbussche, tot de tekst ‘speelbaar’ was en de spelers er vanaf juni mee aan de slag mochten. 

Wat trok hen aan in het project? Hoe beleefde deze scriptgroep het proces? Hoe gemakkelijk is het om de tekst uit handen te geven? En wat verwachten ze van de voorstelling?  We spraken erover met Annick, Eline, Els en Hilde, enkele van de vele scriptschrijvers.

Elk van hen heeft een burn-out, of balanceert op de rand. Sommigen moeten er al jaren mee leven, voor anderen is de situatie nieuw. Allen wilden ‘iets’ aanvangen met hun burn-out: in contact komen met lotgenoten en elkaar zo versterken, niet geïsoleerd raken, of een boodschap brengen naar de maatschappij. Els verwoordt het zo: “het zijn niet alleen mensen die een burn-out hebben, ook de maatschappij heeft er een”. Een rode draad doorheen hun verhaal is ook het onbegrip dat ze ervaren bij anderen. “Mijn omgeving weet eigenlijk niet goed wat burn-out is. Je botst voortdurend tegen muren,” aldus Hilde. 

De ene burn-out is ook de andere niet. Eline schrok van de diversiteit in de groep. Annick merkt op hoe de meeste burn-outs in de groep gerelateerd waren aan een werksituatie, wat bij haar niet het geval was. “Het heeft mij veel dingen doen begrijpen, over mezelf en mijn situatie.”
Els legt uit hoe de groep te werk ging: “tijdens het proces brachten we eerst in kaart welke elementen er allemaal aan bod komen als het over burn-out gaat. Daar zag je naast het werk ook sterk het individuele, het relationele en het maatschappelijke aan bod komen als factoren die burn-out kunnen beïnvloeden.”

Het was een evenwichtsoefening en een uitdaging: om ‘productgericht‘ te moeten werken, richting een script dat de basis legde voor een voorstelling die kon worden opgevoerd. En anderzijds voldoende aandacht schenken aan de individuele nood om op adem en op verhaal te komen, te kunnen ontspannen. Voor sommige ging die overgang het te snel. “Iedereen heeft een persoonlijk verhaal. Het instaptheater vertrekt van daaruit en probeert het individuele te overstijgen. Dat kan een zekere frustratie teweegbrengen bij mensen (‘mijn hele verhaal komt niet aan bod’), maar het creëert ook positiviteit: je eigen verhaal wordt iets algemener en universeler, waardoor het herkenbaarder wordt voor verschillende mensen”, zegt Els.

Herkenbaar maken, dat is 1 ding. Wil het stuk, door zijn bijzondere vorm, nog iets beogen bij het publiek? Nogmaals Els: “ik heb ervaren dat iets heel kwetsbaar op een confronterende manier in scène wordt gezet om reacties uit te lokken, om de mensen wakker te schudden. Inspringtheater is een vorm van theater die heel wat in beweging kan zetten voor een ruim publiek. Het stelt de vraag: kunnen we niet op een andere manier in deze samenleving omgaan met elkaar, op allerlei vlakken: op het werk, relationeel, in de ontspanning, in de gezondheid? De antwoorden hierop liggen open, en worden onderzocht tijdens de voorstellingen. Dat vind ik de kracht en de dynamiek van dit soort theater. Ik hoop dat het publiek ziet dat de mens méér is dan een machine of een prestatiewezen.”

Wat nemen ze voor zichzelf mee uit het project? Eline formuleert het kort en krachtig: “het verhaal van de ander, en het gevoel begrepen te worden zonder verantwoording te moeten afleggen.” Annick spreekt van “de verbondenheid, ondanks de verschillen.” Els zoekt naar een synoniem voor verbondenheid en vindt het woord “aanvaarding”. Ze bekijk het positief: “je kan malen in de negativiteit, maar het is belangrijk om het positieve te voeden. Van daaruit groei je.”

Praktisch:

 

Created at: 28/09/2019

Reactie toevoegen

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | privacyverklaring zuidwest | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid